Spreektekst Voorstel van het lid Rosenmöller tot wijziging van het Reglement van Orde voor meer flexibiliteit in naamgeving van fracties van fuserende politieke groeperingen 08-09-2026
Spreektekst Voorstel van het lid Rosenmöller tot wijziging van het Reglement van Orde voor meer flexibiliteit in naamgeving van fracties van fuserende politieke groeperingen 08-09-2026
Dank u wel, voorzitter. Zoals ik vanochtend heb aangegeven in de commissie voor Binnenlandse Zaken, zou dit debat vandaag helemaal niet moeten plaatsvinden. In plaats daarvan had op z'n minst nog een tweede schriftelijke ronde mogelijk moeten zijn geweest. Bij het wijzigen van het Reglement van Orde van een Hoog College van Staat, wat deze Eerste Kamer der Staten-Generaal is, moet zorgvuldigheid vooropstaan. Het raakt immers ons democratisch proces, onze vertegenwoordigende democratie en daarmee onze rechtsstaat. Als we amper vijf dagen voor het plenaire debat de schriftelijke beantwoording van de voorsteller ontvangen, is dat eigenlijk veel te kort om zorgvuldig met deze wijzigingsvoorstellen om te kunnen gaan.
Amper drie jaar geleden is het Reglement van Orde nog uitvoerig herzien. Toen is er bewust voor gekozen om dat zo zorgvuldig mogelijk te doen, door eerst een voorbereidingswerkgroep uit deze Kamer aan de slag te laten gaan, de Tijdelijke commissie actualisering Reglement van Orde, om op die manier alle wijzigingen goed af te wegen en de consequenties te overzien. Toen is er juist niet voor gekozen om meer flexibiliteit aan te brengen bij naamswijzigingen van fracties, maar is gekozen voor een gesloten systeem. Waarom dan nu dit wél halsoverkop doen? Als er al wijzigingen nodig zijn, waarom is dan niet opnieuw door de voorsteller ingezet op een zorgvuldig proces via een voorbereidingswerkgroep, ofwel een tijdelijke commissie?
Voor alle duidelijkheid citeer ik nog even uit het eindverslag van de commissie aangaande de naamswijzigingen: "De huidige regeling voor fracties in het Reglement van Orde (artikelen 23 tot 25) is erg beknopt. Zo ontbreken momenteel bepalingen over de naamgeving van fracties, terwijl hier wel van tijd tot tijd discussie over bestaat. De vaste praktijk is dat de naam van een fractie correspondeert met de aanduiding van een politieke partij die boven een kandidatenlijst staat. Deze praktijk wordt nu gecodificeerd in het nieuwe artikel 17, lid 3. Ook wordt expliciet vastgelegd dat afsplitsingen geen naam kunnen voeren van na de verkiezingen opgerichte politieke partijen of een andere naam naar keuze. Zij noemen zich, conform een gewortelde praktijk, naar hun fractievoorzitter (artikel 20, lid 3). Fracties die besluiten samen te gaan, kunnen de namen van samengaande fracties combineren (artikel 18, lid 2). Het gaat hier immers om combinaties van aanduidingen die boven de kandidatenlijsten stonden; niet om nieuwe politieke banieren."
Dit is een zeer duidelijke conclusie: geen nieuwe politieke banieren, ook niet bij fusies. Voor het algemene belang van de Eerste Kamer is er geen enkele reden om nu zo veel haast te maken met dit voorstel. De voorsteller zelf geeft aan dat deze wijzigingsvoorstellen breder bedoeld zijn dan alleen voor een incidentele naamswijziging. Dan moet het ook breed en zorgvuldig afgewogen kunnen worden en niet op een achternamiddag. De enige spoedeisendheid die gesteld wordt, is het fractiebelang van GroenLinks-PvdA om zo snel mogelijk een andere naam te kunnen voeren. Dat is echter niet het brede belang van deze Kamer.
Laten we eerst de fundamentele discussie voeren over de vraag of we wel meer flexibiliteit moeten willen. En waarom moet dit zo nodig met stoom en kokend water voor Prinsjesdag? In de verenigde vergadering op Prinsjesdag wordt namens de fracties nooit het woord gevoerd. Een fractienaam komt als zodanig dus ook niet in beeld. De leden van de Staten-Generaal zijn slechts toehoorder bij de troonrede. Er is ook bepaald in artikel 53 van het Reglement van Orde van de Verenigde Vergadering der Staten-Generaal dat woordvoering hierbij niet mogelijk is. Het betreft een vergadering waarin niet wordt beraadslaagd of besloten. Waarom dringt de voorsteller hier dan toch zo op aan?
Waarom überhaupt zo'n haast maken in de Eerste Kamer met deze naamswijziging? De partijorganisaties van GroenLinks en PvdA zijn immers nog niet eens volledig gefuseerd. Dit is ook nog niet het geval bij alle fracties in gemeentes en provincies. De wetenschappelijke bureaus zitten nog in een lopend proces van samenvoeging. In het Europees Parlement is er nu door de Europarlementariërs zelfs voor gekozen om in separate fracties — dat is deels bij De Groenen en deels bij de sociaaldemocraten — te blijven functioneren. Dat kan nog zo voortduren tot de volgende EP-verkiezingen in 2029. Daarbij is er nog sprake van een nog te houden ledenreferendum over deze kwestie. Kan de voorsteller daarom duiden waarom er hier in deze Kamer dan wél zo'n haast wordt gemaakt als het spoedeisende karakter in de partijorganisatie veel minder aanwezig is?
Bovendien vragen we ons af of er geen sprake is van oneigenlijk gebruik van de procedure. De voorsteller heeft zijn zin niet gekregen in het College van fractievoorzitters bij een beroep op artikel 142, de hardheidsclausule uit het Reglement van Orde, en probeert het dan nu maar via een zogenaamde "bredere wijziging" van het RvO alsnog door te drukken, terwijl er voor een bredere wijziging dus helemaal geen acute noodzaak is. Het is en blijft het breder verpakken van de eigen agenda.
Daarbij is het ook zeer hypocriet. De voorsteller meent in een zodanig bijzondere situatie te verkeren dat zijn wens wél gerespecteerd moet worden, maar andere wensen van verzoeken tot naamswijziging zijn eerder niet gesteund door GroenLinks-PvdA, terwijl zij vanuit hun positie evengoed konden beredeneren in een unieke situatie te verkeren. Wat maakt deze situatie nu unieker dan bijvoorbeeld de Fractie-Otten, die zich in de vorige periode "GO" wilde noemen? Als je het reglement wil respecteren, moet je geen uitzondering maken voor het geval het jou wél goed uitkomt, maar altijd één lijn trekken.
Daarbij komt dat voorsteller in de schriftelijke beantwoording een tegenstrijdig verhaal heeft. Enerzijds stelt hij dat het punt van naamswijzigingen bij eerdere afsplitsers onvergelijkbaar is, omdat dit aan de orde was vóór de actualisering van het RvO in 2023. Gelijktijdig ondersteunt hij zijn eigen wens tot coulance met voorbeelden uit 1948, 1990 en 2001, dus nog onder oudere versies van het RvO. Dat is toch zeer inconsequent, vraag ik de voorsteller.
De PVV-fractie gaat dan ook niet mee in dit verzoek. We vinden het principe dat een fractie de naam moet blijven voeren waar de kiezer een mandaat voor heeft gegeven heel essentieel. Daar moeten we niet mee gaan marchanderen.
Daarnaast is een naamswijziging van een politieke partij en haar vertegenwoordigende fractie niet iets zonder politieke lading. Het hangt sterk samen met politieke dynamiek waarin tijdens een zittingsperiode niet een rookgordijn voor de kiezer mag worden opgeworpen.
Interessant is dat voorsteller Rosenmöller in zijn beantwoording refereert aan de naamswijziging van de fracties CPN, PPR en PSP, toen zij in 1990 opgingen in GroenLinks. Het herinnert eraan dat GroenLinks-PvdA en het beoogde PRO de erfopvolgers zijn van de Communistische Partij van Nederland. En juist veel communistische partijen hebben hun bloedrode imago proberen te verbloemen door te kiezen voor naamswijzigingen. Zo wijzigde de Communistische Partij van Cambodja van Pol Pot haar naam in 1979 in de Revolutionaire Volkspartij van Kampuchea en vervolgens in 1991 in de Cambodjaanse Volkspartij. En ook de PPSh van Enver Hoxha in Albanië wijzigde in 1991 haar naam, namelijk in Socialistische Partij van Albanië, om maar een voor voorsteller allicht bekend voorbeeld te noemen. Naamswijzigingen zijn dus zeer politiek en juist daarom moet er om opportunistische redenen hieraan niet klakkeloos medewerking worden verleend.
Verder zijn er nog diverse partijen in ons land die al de naam "PRO" voeren en als zodanig staan geregistreerd bij de Kiesraad en die vaak niets met GroenLinks-PvdA te maken hebben. Dat speelt ook op provinciaal niveau, zoals bij Pro Zeeland. De uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 3 juni jongstleden op bezwaren tegen de aanduiding van PRO in het register van de Kiesraad, heeft duidelijk gemaakt dat automatische doorwerking van deze registratie op decentraal niveau geen feit is. Het verantwoordelijk centraal stembureau kan hier in voorkomende gevallen nog van afwijken. Dan kan het zomaar zijn dat de naam PRO niet landsbreed op de kandidatenlijst kan staan. Juist bij de Provinciale Statenverkiezingen, die indirect bepalend zijn voor de samenstelling van deze, Eerste Kamer, kan een onduidelijk beeld ontstaan richting kiezers als in de provincie een andere partij gemachtigd is de naam PRO te blijven voeren. Kan de voorsteller aangeven waarom hij hierin geen belemmering ziet en dit voorstel ondanks deze complicaties in het democratische proces lijkt af te doen als "een zeer eenvoudig voorstel"?
Verder gaat voorsteller voorbij aan de gestelde huidige situatie rond de fracties Partij voor de Dieren en Fractie-Visseren-Hamakers met de boodschap dat er geen plannen zouden zijn voor naamswijziging. Maar stel nu dat deze er wel zijn. Stel dat de Fractie-Visseren-Hamakers nu wel met een verzoek komt om voortaan Partij voor de Dieren te mogen heten, of welke andere bij de Kiesraad geregistreerde naam dan ook. Zou dat hier ook "coulant" moeten worden betracht, volgens de voorsteller? Want ook hier kan een unieke situatie worden aangevoerd, waarbij het element van steun van de partijorganisatie een factor kan zijn, zoals nu ook door GroenLinks-PvdA wordt opgeworpen. Wat maakt dit dan anders?
Mocht het zo zijn dat de fractie GroenLinks-PvdA echt niet tot aan de volgende Kamerperiode deze naam wil voeren, dan voorziet het RvO al in een oplossing zonder nieuwe politieke banieren. De fractie kan ervoor kiezen om zich af te scheiden van GroenLinks-PvdA en de fractie conform artikel 20 van het RvO te vernoemen naar de naam van de fractievoorzitter. Dat zou dus Fractie-Rosenmöller worden. Het reglement bepaalt niet specifiek dat dit slechts de achternaam moet betreffen, dus dan is wellicht Fractie-P. Rosenmöller ook nog een optie. Kan de voorsteller aangeven waarom hij hier niet voor kiest?
Tot slot. De keuze bij de recente actualisering van het RvO was duidelijk: geen nieuwe politieke banieren. Dat is voor de PVV-fractie een principieel uitgangspunt, waar we aan vasthouden.
Voorzitter. Tot zover in de eerste termijn. Zoals aangegeven heb ik een hoofdelijke stemming aangevraagd over zowel het voorstel als over het amendement.
