Skip to main content

Spreektekst Pakket Belastingplan 2025. 09-12-2024

Spreektekst Pakket Belastingplan 2025. 09-12-2024

Voorzitter, dank u wel. Ik wil beginnen met het uitspreken van mijn waardering voor de nieuwe staatssecretaris en de ambtenaren van het ministerie van Financiën. Belastingwetgeving is toch al niet de gemakkelijkste tak van sport, maar met de recente wisselingen van de wacht is er extra veel van hun inzet gevraagd. Zonder hun grote inzet was een goede behandeling van dit grote aantal wetten niet mogelijk geweest.

Ik begin mijn verhaal met een algemeen stukje over koopkracht en lastenverlichting, waarin ik de bevriezing van de dubbele algemene heffingskorting en de intensivering van het kindgebonden budget meeneem. Daarna behandel ik afzonderlijk een aantal onderdelen van het totaalpakket.

Met het voorliggende pakket Belastingplan 2025 zien we een kleine lastenverlichting voor de werkende middeninkomens. Er komt weer iets meer ruimte: de werkenden gaan er 0,7% op vooruit, de uitkeringsgerechtigden 0,9% en de gepensioneerden 0,6%. Het kindgebonden budget wordt verhoogd met 300 miljoen en de huurtoeslag met 500 miljoen. Daarnaast is er een envelop voor gerichte lastenverlichting van 2,5 miljard. Het eigen risico wordt met meer dan de helft verminderd, weliswaar vanaf 2027, maar het blijft volgend jaar en in 2026 op het huidige niveau.

er is nog 500 miljoen voor groepen in de knel. De accijnsverlaging op brandstof is verlengd en de energiebelasting is verlaagd. De afgelopen twee jaar ging de koopkracht maar liefst 3,5% omlaag. Daarentegen hebben we nu weer te maken met een stijgende lijn. Zijn we daar als PVV tevreden mee? Het eerlijke antwoord op die vraag is: op dit moment, gezien de grote financiële tegenvallers waarmee we dit jaar te maken hadden, die we bij de Algemene Financiële Beschouwingen ook benoemd hebben, wel. Voor de langere termijn moet en kan het beter. Ik merk op dat een substantiële vermindering van de enorme financiële lasten die de asielinstroom met zich meebrengt — we praten hier over miljarden, zowel rechtstreeks als in de zorg, in het onderwijs en bij justitie — de komende jaren voor een substantiële lastenverlichting op fiscaal gebied kan zorgen. Zo kunnen we de werkende Nederlanders nog meer laten overhouden van hun welverdiende geld.

Ik was bij het feit dat er te vaak wordt vergeten dat alleen extreem hoge uitgaven leiden tot hoge belastingen. Ook bij de belastingen geldt: de kruik gaat zolang te water tot zij barst. Zie bijvoorbeeld de situatie bij box 3.

Dan de vereenvoudiging van de huurtoeslag, de verbetering van de koopkracht en de vereenvoudiging van de regeling huurtoeslag. Deze twee wetten lijken een klein stapje in de richting van een vereenvoudigd toeslagenstelsel te zijn. Vooral het aspect dat deze wetten een gunstig effect hebben op de marginale belastingdruk, onder andere doordat de inkomensafhankelijke afbouw eenvoudiger en minder steil wordt, vinden wij een goeie zaak. Tegelijkertijd zien we dat er ook altijd negatieve effecten zullen optreden wanneer we, wat we allemaal willen, verdergaan op dit pad. Zo zullen er hier en daar zeker mensen zijn die gevolgen ondervinden van de maatregelen op het gebied van de servicekosten. Dat is eerder al aan de orde geweest, volgens mij in de inbreng van de heer Martens. Een ander aspect is dat 170.000 huishoudens nu voor het eerst huurtoeslag krijgen van gemiddeld €175 per maand. Dat is heel wat, maar het brengt mij ook gelijk bij de vraag aan de staatssecretaris of dit is wat wij beogen, namelijk huishoudens juist minder afhankelijk laten zijn van ingewikkelde toeslagen.

Voorts las ik dat door de verlaging van de leeftijdsgrens jongeren tussen de 21 en 23 jaar een hogere huur zouden moeten gaan betalen, waardoor goedkopere woningen vrijkomen voor jongeren tussen de 18 en 20 jaar. Het lijkt allemaal erg eenvoudig: oudere jongeren schuiven door naar duurdere woningen om plaats te maken voor jongere jongeren. In totaal wordt op dit thema maar liefst 500 miljoen meer uitgegeven. Het antwoord op de vraag wat er nu daadwerkelijk gebeurt of gaat gebeuren, blijft voor mijn fractie toch wat onduidelijk. We weten immers dat er een tekort is aan alle soorten woningen, zowel koopwoningen als huurwoningen in alle segmenten. Ik zou de staatssecretaris dan ook willen vragen om een globale kwantificering te geven bij welke groepen die half miljard nu terechtkomt en hoeveel extra woningzoekenden nu aan een huis komen.

Voorzitter. De Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten. Mijn fractie is nadrukkelijk voorstander van het stimuleren van familiebedrijven, maar ook en vooral van een eerlijk en eenvoudig belastingstelsel. Het doel van de bedrijfsopvolgingsregeling en de doorschuifregeling aanmerkelijk belang om de continuïteit van een onderneming te bevorderen bij bedrijfsoverdrachten is dan ook nastrevenswaardig. De spanning zit natuurlijk in de vraag of er sprake is van een echte onderneming, die ook daadwerkelijk voortgezet moet worden, of van beleggingsvermogen. Voor het laatste geval zijn deze regelingen niet nodig. De voorgestelde wetswijzigingen hebben in wezen ook met dit probleem te maken. Zowel door het CPB als ambtelijk zijn in 2022 en 2023 kritische rapporten verschenen over faciliteiten als deze, die de doeltreffendheid, de doelmatigheid en de complexiteit in de uitvoering van deze regelingen bestudeerden. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of naar de mening van de regering met de huidige voorstellen in redelijke mate tegemoetgekomen wordt aan de in deze rapporten verwoorde kritiek.

De Wet aanpassing Wet minimumbelasting 2024. Het internationale akkoord over de wereldwijde minimumbelasting is eind 2021 door meer dan 140 landen onderschreven, waaronder uiteraard Nederland, want wij zijn er als de kippen bij als het gaat om dit soort internationale verdragen. Het akkoord voor een wereldwijd minimumniveau van belastingheffing van 15% voor grote multinationale ondernemingen dient om belastingconcurrentie tussen staten tegen te gaan. Maar de bekendste belastingparadijzen heb ik helaas niet terug kunnen vinden onder de staten die zo'n minimumbelasting ingevoerd hebben. En van de landen die dit allemaal wel hebben, weten we niet wat voor lokale douceurtjes er zoal tegenover die minimumbelasting staan. Wij bespreken daarentegen vandaag al een wijzigingsvoorstel van de één jaar oude wet. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of deze wet nu voor de bühne is of daadwerkelijk internationaal succes sorteert.

Tot slot, voorzitter, nog een aantal opmerkingen over de ICT bij de Belastingdienst. Al jaren horen wij over ernstige problemen bij de Belastingdienst. Systemen zijn verouderd, zitten vol en zijn er niet meer op toegesneden om redelijke wijzigingen, die toch regelmatig nodig zijn, te verwerken. Dat klemt temeer gezien de grote wijzigingen die op korte termijn nodig zijn. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de nieuwe box 3-wetgeving, waarbij op werkelijk rendement moet worden belast, maar aan ook aan het nieuwe systeem van inkomstenbelasting, waarmee we de marginale druk omlaag willen brengen. De minister en de staatssecretaris hebben bij de Algemene Financiële Beschouwingen aangegeven volgend jaar met een plan van aanpak te komen. Mijn vraag aan de staatssecretaris is: zijn die nieuwe systemen klaar op het moment dat we ze nodig hebben? Graag een reactie.