Spreektekst De Algemene Politieke Beschouwingen 08-10-2024
Spreektekst De Algemene Politieke Beschouwingen 08-10-2024
Dank, voorzitter. Volle kracht vooruit, zou ik zelfs willen zeggen.
Allereerst van harte welkom aan de leden van het nieuwe kabinet in de Eerste Kamer. Voor mij is het om meerdere redenen bijzonder om hier vandaag te mogen staan. Het is voor mij de eerste keer om als fractievoorzitter de APB te mogen doen, als opvolger van Marjolein Faber, met wie ik acht jaar heel prettig heb samengewerkt in onze PVV-senaatsfractie. Het is ook geweldig om haar hier vandaag te mogen zien als minister op de belangrijke asiel- en migratieportefeuille, hard werkend aan het strengste asielbeleid ooit, dat Nederland keihard nodig heeft.
Hetzelfde geldt voor de andere nieuwe leden van het kabinet. Met een aantal van hen heb ik al vele jaren samen opgetrokken. Het is dan ook prachtig dat we met het nieuwe kabinet en met de PVV als de grootste partij er nu echt werk van kunnen maken om de Nederlanders weer op één te zetten. Daarmee ook veel dank aan de kiezers voor het vertrouwen dat ze ons hebben gegeven, om zo een uitstekend hoofdlijnenakkoord, Hoop, lef en trots, en een daadkrachtig regeerprogramma mogelijk te maken.
Het is ook meteen heel anders om hier te staan als coalitiepartij dan als oppositiewoordvoerder. Het is voortaan "het fort bewaken", zou je kunnen zeggen. Maar eigenlijk is dat helemaal geen geschikte uitdrukking. De overheid moet richting onze burgers immers geen fort zijn, geen ivoren toren of gesloten bastion. Onze burgers zijn daar inmiddels al veel te vaak tegen aangelopen, met onder andere de toeslagenaffaire, de stikstofdwang voor onze boeren, de ellende van de bevingsschade in Groningen en de onzekere vrijheid, veiligheid en bestaanszekerheid. Veel te vaak zijn burgers en bedrijven geconfronteerd met bureaucratische bastions en is hun leven en werk afhankelijk gemaakt van ondoorgrondelijke rekenmodellen en onuitlegbare, abstracte beleidsdoelen. In plaats daarvan moet onze overheid juist open en betrokken bij onze burgers zijn. Ik citeer: "een overheid die een baken van betrouwbaarheid is voor alle Nederlanders en die hard moet werken om het vertrouwen van Nederlanders te verdienen." Dit stelt het hoofdlijnenakkoord zeer terecht in de inleiding.
Juist daar moet het om gaan. Het moet bijvoorbeeld gaan om onze jongeren, die nu geen woning kunnen vinden, om onze boeren, vissers en mkb'ers, wier toekomst zo onzeker is gemaakt, om mensen die zich vervreemd en onveilig voelen in hun eigen straat, om ouderen en zorgbehoevenden, voor wie de zorg onbereikbaar en onbetaalbaar werd, en om de vele burgers die door de hogere prijzen en lasten financieel steeds verder in de knel zijn gekomen. Voor hen zullen met dit regeerprogramma oplossingen en betere vooruitzichten ontstaan, zoals de mogelijke terugkeer van verzorgingshuizen, wat efficiënter is dan thuiszorg en wat ook bijdraagt aan het oplossen van het woningtekort. Werk maken van hun woningen, hun levensonderhoud, hun veiligheid en hun gezondheidszorg zijn de bakens waarop de koers moet worden uitgezet.
Om dat te bereiken, moet bovenal één groot probleem worden aangepakt: de volstrekt onhoudbare massa-immigratie. Migratie over de volle breedte moet beperkt worden, maar bovenal asielmigratie. Gelukkig is met dit hoofdlijnenakkoord en dit regeerprogramma het besluit genomen om hierop effectief stappen te zetten. Het regeerprogramma bevat een uitgebreid en afgewogen pakket aan maatregelen voor een strenger asielregime, met allereerst het activeren van de uitzonderingsbepaling uit de Vreemdelingenwet. Daarnaast is er de asielcrisiswet, waarmee ook de Spreidingswet wordt ingetrokken, en verder zijn er de Europese opt-outclausule voor asiel en een structureel asielhervormingspakket.
Gelet op de acute asielcrisis is het cruciaal om hierin snel en voortvarend stappen te zetten. Daartoe is het activeren van de uitzonderingsbepaling op grond van artikelen 110 en 111 uit de Vreemdelingenwet, de noodknop, essentieel. Kan de minister-president bevestigen dat het kabinet door in te stemmen met het regeerprogramma in beginsel al het besluit genomen heeft om deze uitzonderingsbepalingen uit de Vreemdelingenwet in te zetten?
Er is evident sprake van een asielcrisis. Al op 17 juni 2022 is door het toenmalig kabinet de nationale crisisstructuur geactiveerd voor de migratieketen. Deze structuur voor nationale crisisbesluitvorming wordt gecoördineerd vanuit de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, de NCTV. Op 23 september 2022 is dit voortgezet in een specifieke crisisstructuur. Kan de minister-president bevestigen dat deze crisisstructuur nog steeds van kracht is en dat er daarmee formeel sprake is van een asielcrisis? Het inzetten van het crisisrecht sluit dan ook aan op deze situatie.
In het regeerprogramma is de keuze gemaakt om de asielinstroom voortvarend aan te pakken. De noodknop is onmisbaar om te voorkomen dat problemen nog langer voortduren en erger worden. Mede door de onhoudbare asielmigratie is de druk op de woningmarkt ook onhoudbaar. "De woningnood zet bij jongeren hun levens op pauze", stelde psychologen dit weekend nog in BN/De Stem. Door de aanhoudende asielinstroom moeten onze jongeren nog langer op een woning wachten en kunnen ze dus geen gezin stichten. Hebben deze jongeren geen recht op family life, als bedoeld in artikel 8 van het EVRM? Of telt dat alleen bij gezinshereniging voor asielmigranten, die woningen met voorrang krijgen toegewezen?
Ook wordt Ter Apel nog langer overspoeld en moet het gebukt gaan onder enorme overlast. De gemeente moet nog langer crisisnoodopvanglocaties inrichten, waarbij nog langer vele miljoenen gemeenschapsgeld worden verspild aan asielopvang in dure hotels en luxe cruiseschepen. Met name Ter Apel en Budel kunnen niet langer wachten. Het aantal asielzoekers dat overnacht in Ter Apel zit sinds 10 september structureel elke nacht boven de afgesproken grens van 2.000 personen. Omdat er geen slaapplaatsen meer zijn in Ter Apel, wordt er ook steeds gezocht naar crisisnoodopvang in bijvoorbeeld sporthallen in andere plaatsen, zoals afgelopen weekend nog in het Drentse Gieten. Eerder was dit ook het geval in Stadskanaal, Borger-Odoorn, Zutphen en, naar wat ik begrepen, afgelopen nacht ook in Oldambt. Ook bleek afgelopen week uit een enquête van een professioneel onderzoeksbureau onder de inwoners van Ter Apel dat het dorp zwaar gebukt gaat onder de overlast van het azc. "Door het azc is het geen dorp meer; het gehele gevoel is weg", zeggen de inwoners. De waarde van hun woningen daalt, overal hangen camera's aan hun huizen, de deur kan niet meer openblijven en middenstanders in het centrum hebben veel overlast en moeten hoge kosten maken voor beveiliging.
De overlast in het dorp bestaat vooral uit intimidatie, vervuiling, geluidsoverlast, vernieling en diefstal. De sfeer is verziekt en de gezelligheid is weg. Veel inwoners hebben er psychische en lichamelijke klachten door gekregen. Daarnaast is per 1 oktober het veiligheidsrisicogebied rond het azc in Ter Apel door de gemeente Westerwolde verlengd.
We hadden het over Ter Apel, maar in Budel speelt precies hetzelfde. De afgelopen weken is daar de overlast volop toegenomen, met incidenten als diefstallen, vernielingen en bedreigingen. Ook binnen het azc gebeuren incidenten, zoals herhaaldelijke steekpartijen. De tot nu toe geboden maatregelen schieten tekort. Daarom heeft de burgemeester onlangs een brief gestuurd aan de minister met de vraag om nu snel en blijvend iets te doen aan deze vreselijke overlast. Hetzelfde geldt rond het azc in Grave. Daar spelen ook zulk soort enorme overlastproblemen. Kortom, dit maakt het vooral tot een crisis voor de gewone Nederlanders. Daarom moeten er snel maatregelen worden genomen en is de noodknop onontbeerlijk.
Wie ervan overtuigd is dat er echt snel iets moet gebeuren, is niet geholpen met een zogenaamde spoedwet. Allereerst bestaan spoedwetten staatsrechtelijk gezien helemaal niet als zodanig. Wat hier met een "spoedwet" wordt bedoeld, is in beginsel een reguliere wet. Er is formeel niet voorzien in een sneller wetgevingstraject met kortere doorlooptijden. De enige manier om een wet met spoed te behandelen, is wanneer alle partijen het erover eens zijn dat deze behandeling met spoed moet plaatsvinden. Dan kunnen er in beide Kamers afspraken worden gemaakt over een snelle afhandeling. Maar als een of meerdere partijen daar niet aan wil meewerken, dan geldt gewoon een regulier wetgevingstraject, met schriftelijke vragenrondes, eventuele expertmeetings en debatten. Daar komt nog bij dat in beginsel internetconsultatie verplicht is en op het advies van de Raad van State moet worden gewacht. Al met al ben je snel een jaar of twee verder. Gelet op de aard van deze wetgeving is het vrijwel zeker dat partijen in het parlement gebruik zullen maken van deze mogelijkheden, waardoor de veronderstelde spoed als sneeuw voor de zon verdwijnt.
Daarom is de uitzonderingsbepaling van artikelen 110 en 111 van de Vreemdelingenwet toch de snelste route die, voorzien van een dragende motivering, ook haalbaar is. Voor alle duidelijkheid: in deze artikelen wordt uitgegaan van buitengewone omstandigheden. Dat is een andere grondslag dan de bepalingen uit het staatsnoodrecht op grond van artikel 103 van de Grondwet. Het gaat hier immers om een afwijkingsmogelijkheid die in de wet zelf is voorzien. Dit sluit ook aan bij de brief over de modernisering van het staatsnood- en crisisrecht van de minister van JenV van 6 december 2022. Daarin wordt onderscheid gemaakt tussen het staatsnoodrecht en het op basis van het reguliere recht in te zetten crisisrecht.
In de Vreemdelingenwet van 1965 was de uitzonderingsbepaling nog sterk gekoppeld aan met name oorlogssituaties. In de jaren tachtig is de wetgever een bredere insteek gaan zoeken. Over de noodknop in de Vreemdelingenwet werd bij het wetsvoorstel behoudende een algehele herziening van de Vreemdelingenwet in 1988-1989 door het kabinet-Lubbers het volgende gesteld. Ik citeer: "... het wenselijk is om in het kader van de vreemdelingenwetgeving reeds bepaalde maatregelen te treffen ten aanzien van bepaalde categorieën vreemdelingen. Denkbaar is dat het, bij oplopende spanningen, gewenst is om de toelating van de onderdanen van bepaalde landen aan bijzondere beperkingen te onderwerpen, of met betrekking tot de hier verblijvende onderdanen uit die landen bepaalde maatregelen van toezicht te treffen. Derhalve is er aanleiding om in de Vreemdelingenwet te voorzien in de mogelijkheid om vast te stellen dat er voor de toepassing van de Vreemdelingenwet sprake is van een buitengewone omstandigheid, welke afwijkingen van de wet mogelijk maakt. Het zal daarbij gaan om een separate toepassing". Einde citaat. Met dat laatste wordt bedoeld: separaat van de in artikel 103 van de Grondwet genoemde uitzonderingstoestand.
Voorts wordt het volgende gesteld. Ik citeer wederom: "Niet alleen kan het in geval van buitengewone omstandigheden noodzakelijk zijn bepaalde artikelen van de Vreemdelingenwet buiten toepassing te laten met betrekking tot bepaalde categorieën vreemdelingen, ook kan het noodzakelijk zijn om afwijkende regels vast te stellen. Het bepaalde in het eerste lid voorziet in beide mogelijkheden. Dat reeds bij het koninklijk besluit waarin het bestaan van buitengewone omstandigheden wordt vastgesteld, bepaalde artikelen buiten werking kunnen worden gesteld ten aanzien van de daarin aan te wijzen categorieën vreemdelingen, berust op de overweging dat doorgaans met onmiddellijke ingang de toelating van betrokkenen moet kunnen worden beperkt, hetgeen moeilijker is in het voorgestelde stelsel van een wettelijk genormeerd toelatingsbeleid." Einde citaat.
Ook wordt verwezen naar een notitie van het kabinet uit 1987 waarin nadere duiding wordt gegeven aan de uitleg van buitengewone omstandigheden in dit kader. Ik citeer: "Het gaat bij de beoordeling of zich buitengewone omstandigheden voordoen niet om het objectief vaststellen van juridische grootheden, maar om het constateren van feitelijke gebeurtenissen die het hanteren van bepaalde buitengewone bevoegdheden noodzakelijk maken. Er vindt een bestuurlijk weegproces plaats." Einde citaat. Juist daarom zijn buitengewone omstandigheden een open norm en is het aan het kabinet om die afweging te maken.
In de parlementaire betrokkenheid is hierbij nadrukkelijk voorzien. Zo stelt de notitie ook het volgende. Ik citeer: "Aldus staat aan het parlement mede ter beoordeling de vraag of de zich voordoende buitengewone omstandigheden van dien aard zijn dat zij het voortduren van de in werking gestelde noodwet rechtvaardigen." Einde citaat.
Dan de juridische houdbaarheid. De Raad van State geeft in zijn ongevraagde advies Van noodwet naar crisisrecht van 15 december 2021 aan dat de hoofdregel is dat de bestuursrechter geen rol heeft bij besluiten in dat kader. Ik citeer: "In artikel 4, tweede lid van de Awb wordt bepaald dat geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit 'op grond van een in enig wettelijk voorschrift voor het geval van buitengewone omstandigheden toegekende bevoegdheid of opgelegde verplichting in deze omstandigheden genomen'. (…) Op 'reguliere' crisiswetgeving gebaseerde besluiten zijn wel appellabel bij de bestuursrechter, mits het niet gaat om algemeen verbindende voorschriften." Kan de minister-president aangeven of de voorziene AMvB's ook binnen dit juridische kader vallen?
Wat de internationale kaders betreft: de ons omringende landen zijn ook volop bezig om steeds strengere asiel- en migratiemaatregelen te nemen. Duitsland heeft onlangs weer grenscontroles ingevoerd en is nu bezig om asielzoekers in grote aantallen uit te zetten naar Turkije. CDU-leider Jens Spahn gaf aan dat hij familienareis en vrijwillige asielopname direct geheel wil stoppen. De nieuwe Franse premier, Barnier, wil weer grenscontroles invoeren. Dan kunnen we als Nederland niet achterblijven.
Voorzitter, tot slot nog enkele andere punten. Nog één ding over migratie. Kan worden aangegeven hoe snel we de aangepaste wetgeving voor de eigen bijdrage voor werkende Oekraïners kunnen verwachten?
In het regeerprogramma wordt terecht een pas op de plaats gemaakt met wind op land. Maar wat betekent dit voor de Regionale Energiestrategieën? Krijgen die daarmee ook ruimte om hun bod aan te passen?
Dan de zero-emissiezones. Wat wordt gedaan om toch invulling te geven aan het hoofdlijnenakkoord op dit punt? Kan wellicht alsnog worden gesproken over generieke vrijstellingen?
Voorzitter, tot zover in de eerste termijn.